Banner-nl-03

De tekenen des tijds

Een opdracht, die GOD mij bij mijn biss­chop­swi­jd­ing meedeelde, is de geheime machi­naties van Satan te onthullen. Onder ”teke­nen des tijds” laat ik enkele din­gen vanu­it het gezicht­spunt van GOD zien, hoe de Boze werkt om de mensen te bed­er­ven. Eeuwe­noude voor­spellin­gen vervullen zich in onze dagen …

Teke­nen van de tijd

‘En ’s mor­gens zegt gij: Van­daag lelijk weer, want de hemel is somber. Het uitzicht van de hemel weet gij te beo­orde­len; maar kunt gij het dan de teke­nen der tij­den niet?’ (Matth. 16,3)

‘Ze lei­d­den hen weg, en bracht­en ze voor de Hoge Raad. De hoge­priester ondervroeg hen, en sprak: We hebben u ten streng­ste ver­bo­den, in die Naam te onder­richt­en; en ziet, gij hebt heel Jeruza­lem vervuld met uw leer, en wilt ons het bloed van die mens te laste leggen. Maar Petrus en de Apos­te­len gaven ten antwo­ord: Men moet meer gehoorza­am zijn aan God, dan aan mensen.’ (Hand. 5,27 e.v.)

‘Wan­neer gij dus de gruwel der ontheilig­ing, waar­van de pro­feet Daniël heeft gespro­ken – die het leest, begri­jpe het! – laat hen, die in Judea zijn, dan naar de bergen vlucht­en; en wie op het dak­ter­ras is, dale niet af, om iets uit zijn huis mee te nemen; en wie op het veld is, kere niet terug, om zijn kleed te gaan halen. Wee in die dagen de zwan­gere en zogende vrouwen! Bidt toch, dat uw vlucht niet in de win­ter geschiedt, of op een sab­bat. Want er zal grote ellende zijn, zoals er nog nooit is geweest van het begin der wereld af tot heden toe en zoals er ook nooit meer zal zijn. En zo die dagen niet wer­den verko­rt, geen mens bleef behouden; maar om de uitverko­re­nen zullen die dagen wor­den verko­rt.’ (Matth. 24,15–22)

‘Voor­waar, Ik zeg u: dit ges­lacht gaat niet voor­bij, eer dit alles is geschied. Hemel en aarde zullen voor­bi­j­gaan, maar mijn woor­den zullen niet voor­bi­j­gaan.’ (Marc. 13,30–31)

Teke­nen van de tijd

‘En ’s mor­gens zegt gij: Van­daag lelijk weer, want de hemel is somber. Het uitzicht van de hemel weet gij te beo­orde­len; maar kunt gij het dan de teke­nen der tij­den niet?’ (Matth. 16,3)

‘Ze lei­d­den hen weg, en bracht­en ze voor de Hoge Raad. De hoge­priester ondervroeg hen, en sprak: We hebben u ten streng­ste ver­bo­den, in die Naam te onder­richt­en; en ziet, gij hebt heel Jeruza­lem vervuld met uw leer, en wilt ons het bloed van die mens te laste leggen. Maar Petrus en de Apos­te­len gaven ten antwo­ord: Men moet meer gehoorza­am zijn aan God, dan aan mensen.’ (Hand. 5,27 e.v.)

‘Wan­neer gij dus de gruwel der ontheilig­ing, waar­van de pro­feet Daniël heeft gespro­ken – die het leest, begri­jpe het! –

laat hen, die in Judea zijn, dan naar de bergen vlucht­en; en wie op het dak­ter­ras is, dale niet af, om iets uit zijn huis mee te nemen; en wie op het veld is, kere niet terug, om zijn kleed te gaan halen. Wee in die dagen de zwan­gere en zogende vrouwen! Bidt toch, dat uw vlucht niet in de win­ter geschiedt, of op een sab­bat. Want er zal grote ellende zijn, zoals er nog nooit is geweest van het begin der wereld af tot heden toe en zoals er ook nooit meer zal zijn. En zo die dagen niet wer­den verko­rt, geen mens bleef behouden; maar om de uitverko­re­nen zullen die dagen wor­den verko­rt.’ (Matth. 24,15–22)

‘Voor­waar, Ik zeg u: dit ges­lacht gaat niet voor­bij, eer dit alles is geschied. Hemel en aarde zullen voor­bi­j­gaan, maar mijn woor­den zullen niet voor­bi­j­gaan.’ (Marc. 13,30–31)